| |
|
|
|
| Het Maaltebruggekasteel |
 |
|
| |
Het Maaltebruggekasteel, gelegen aan de rand van Gent, werd vermoedelijk omstreeks 1754 opgericht. In de volksmond stond het bekend als de Blauwe Poorte, een benaming die vermoedelijk verwijst naar een toegangspoort of een herkenbaar kleuraccent aan het oorspronkelijke domein. Over de identiteit van de bouwheer bestaat tot op heden geen zekerheid. Het kasteel werd aanvankelijk opgevat als een maison de plaisance, een luxueus buitenverblijf waar welgestelde stedelingen zich konden terugtrekken uit de drukte van de stad. Architecturaal sloot het gebouw aan bij de strakke classicistische stijl die in de tweede helft van de 18de eeuw in zwang was, met een sobere, evenwichtige gevelindeling en een uitgesproken gevoel voor symmetrie.
In 1838 kwam het domein in handen van Ferdinand Lousbergs, een invloedrijke Gentse industrieel en eigenaar van een grote katoenfabriek aan de Reep. Lousbergs gebruikte het kasteel als buitenverblijf en liet het in 1850 aanzienlijk uitbreiden. Deze verbouwingen vergrootten niet alleen de wooncapaciteit, maar gaven het gebouw ook een statiger en representatiever karakter, passend bij de maatschappelijke status van de nieuwe eigenaar.
In 1860 erfde Joseph de Hemptinne het kasteel. Als telg uit een van de belangrijkste Gentse textielfamilies en als uitgesproken katholiek drukte hij een blijvende stempel op het domein en zijn omgeving. In de onmiddellijke nabijheid van het kasteel liet hij een weeshuis oprichten, dat zou uitgroeien tot het huidige Don Bosco-instituut. Daarnaast liet hij voor zijn acht kinderen een nieuwe vleugel aan het kasteel bouwen in neogotische stijl. Deze bakstenen uitbreiding, met haar spitsbogen en decoratieve details, vormde een uitgesproken maar harmonisch contrast met het oorspronkelijke classicistische hoofdgebouw en weerspiegelde de toenemende populariteit van de neogotiek in de tweede helft van de 19de eeuw.
Na het overlijden van Joseph de Hemptinne bleef het kasteel in familiebezit. Het ging achtereenvolgens over naar zijn zoon en vervolgens naar zijn kleinzoon Charles de Hemptinne, die de laatste was die het domein daadwerkelijk bewoonde. Diens zoon Jacques besloot uiteindelijk het eigendom van de hand te doen en verkocht het kasteel in 1955 aan de Stad Gent.
Drie jaar later, in 1958, werd het omliggende park, dat was aangelegd in Engelse landschapsstijl met kronkelende paden, open grasvelden en schilderachtige boomgroepen, opengesteld voor het brede publiek. Het kasteel zelf kreeg een sociale bestemming en werd ingericht als bejaardenhome. Deze functie werd echter na verloop van tijd stopgezet, waarna het gebouw opnieuw leeg kwam te staan en geleidelijk aan in verval dreigde te raken.
In 1997 werd het Maaltebruggekasteel officieel beschermd als monument, als erkenning van zijn historische gelaagdheid en architecturale waarde. Twee jaar later werd het aangekocht door Frank De Palmenaer, die instond voor een grondige en respectvolle restauratie. Sinds 2005 heeft het kasteel opnieuw een levendige rol gekregen binnen de stad. Het doet sindsdien dienst als locatie voor culturele, sociale en zakelijke evenementen en vormt opnieuw een ontmoetingsplek, waarin het rijke verleden van het domein op een eigentijdse manier wordt verdergezet. |
| |
Stad Gent
Kasteel staat open voor allerlei evenementen, park vrij toegankelijk
Website: www.maaltebruggekasteel.be |
| |
|
|
|
|